“Hebben jullie het getij wel gezien?”

3 november 2017

In de 17de eeuw hadden Britse zeelui het op hun oude dag niet benijdenswaardig gemakkelijk. Na een hard leven op zee raakten ze vaak aan de bedelstaf. Werden ze ziek, dan zag het er voor hen ronduit rampzalig uit. Queen Mary II wou daar verandering in brengen en besloot tot de bouw van een maritiem hospitaal. Meer zelfs, het zou ook een soort van woon- en zorgcentrum voor gepensioneerde zeelui worden. Een beetje eigenbelang speelde mee. Enerzijds zou een prestigieus bouwproject aan de oevers van de Thames de nodige glans geven aan haar carrière als koningin -niemand minder dan Christopher Wren werd aangesteld als architect-, anderzijds was het publiciteit voor een job bij de Navy, al was het maar omdat je daar tenminste verzekerd was van een rustige oude dag… Helaas voor Queen Mary II heeft ze dit niet mogen meemaken, ze stierf aan de pokken nog voor de eerste steen gelegd was. Maar haar illustere gemaal, koning Willem van Oranje, zorgde er voor dat het gebouw er kwam. Het werd zo mooi dat her en der schande gesproken werd dat simpele zeelui dit schitterende paleis bevolkten..

Dik 300 jaar later. De Thames stroomt nog altijd door Londen, Greenwich ligt nog altijd waar het toen lag. De zeelui verblijven hier niet meer. En van de skyline aan de overkant zouden Mary en Willem staan kijken.

En wij, wij staan te kijken van de restauratiewerken die hier, aan de painted hall ceiling van het Old Royal Naval College aan de gang zijn. 300 jaar stof, roet en vuil worden vierkante centimeter per vierkante centimeter met engelengeduld verwijderd. Voor 10£ klim je 70 treden de stellingen op tot vlak onder het plafond, de imposante schilderingen op armlengte boven je hoofd. Een vrijwilliger gidst je met liefdevolle uitleg langs de barokke taferelen. Zo mooi kan geschiedenis zijn. Zo mooi ook muziek van Henry Purcell uit die tijd…

Ja, inderdaad, we zijn in Londen! En onze boot ligt in Dover, daar zeilden we op 1 november naar toe. Ik weet het, enige verwarring is begrijpelijk. Vorige week kondigde ik nog het onverwacht vroege einde van ons zeilseizoen aan en nu zijn we hier? Het zit zo…

Door de renovatiewerken in de haven zouden we eerder dan gewoonlijk uit het water gaan. Voor ons was 26 oktober 13h00 geprikt. Een blik op de getijtafels, enkele dagen voor die dag, doet ons de wenkbrauwen fronsen. “Hebben jullie het getij wel gezien?” Laagwater? Nee, toch, dat moet een vergissing zijn, laagste laagwater is niet het moment om uit het water te gaan. En zo komt het dat het einde van ons vaarseizoen uitgesteld wordt met twee weken. En kijk, van 1 tot en met 5 november wordt goed zeilweer voorspeld, de temperatuur valt mee, de wind zit goed, we kunnen nog een lang weekend weg… Nog maar eens het bewijs dat strak plannen en zeilen niet samengaan. Wat vorige week niet wou lukken, kan nu plots wel. En dit door een fijn misverstand!

1 november 2017

De zuidenwind die voorspeld was, is voor de verandering nog maar eens zuidwest en het wordt motorzeilen naar Dover. Kort voor zonsopgang vertrekken we en net wanneer de zon ondergaat komen we aan.

We besluiten een dagje in Dover te blijven, boeken een trein naar Londen, heen op vrijdagmiddag en terug op zaterdagavond. Zondag zeilen we naar huis.

Het heerlijke herfstweer op 2 november lijkt in niets op wat we een week eerder over ons heen kregen. Het is zonnig en zacht als we met de fietsjes naar een verrassend stukje Dover rijden, het natuurgebied Samphire Hoe. Bij de aanleg van de tunnel onder het Kanaal eind jaren 80, moest men een plek vinden voor de uitgegraven kalk, bijna 5 miljoen kubieke meter. Dat werd een stuk grond aan de voet van de kliffen ten westen van Dover. Eens alle werken er beëindigd waren nam de natuur het over en met de jaren is Samphire Hoe een natuurgebied met een rijke biodiversiteit geworden. De fietstocht waard.

En op zondag, na twee dagen Londen, zeilen we bij het krieken van de dag met een strakke westnoordwest terug naar Nieuwpoort. We vertrekken tegenstroom waardoor we helemaal verzet worden in zuidwestelijke, lees: verkeerde richting. Zo zullen we niet snel thuis raken.. Als we de eerste traffic lane netjes haaks op kompaskoers overgestoken hebben ziet onze gevaren track er een stuk minder haaks uit. Maar het tij keert en met wind én stroom mee wordt de verloren tijd snel goed gemaakt.

In de late namiddag beginnen dikke wolken zich samen te pakken en vlak voor de haveningang van Nieuwpoort vallen de eerste druppels. Snel rollen we ons grootzeil in, nu het nog droog is.

Einde vaarseizoen…

BewarenBewaren

Advertenties

“Hebben jullie het weerbericht wel gehoord?”

19 oktober 2017

Herfst, je ontkomt er niet aan. Onze jachthaven oogt leeg. Wegens renovatiewerken moeten we plaats maken tegen eind oktober. Nooit eerder gingen we zo vroeg uit het water.

Ik zie mijn schipper zachtjes verwelken naarmate die datum dichterbij komt. Voor hem is de winter met zijn korte dagen en zonder zeilboot heel erg lang. En zit de tocht die we nog wel eens met 1 november varen er niet in. Zeilen naar Dover, dagje met de trein naar London en terug. “Dan doen we dat toch gewoon eerder”, troost ik, “neem volgende week vrijdag vrij, we maken er een lang weekend van, nu, net voor we uit het water moeten.”

Elke dag volgen we het weerbericht. Er is onstuimig herfstweer op komst. Zuid, zuidwest. De hardste wind komt op zaterdag, geeft niks, dan liggen we al in Dover… In onze overmoed bestellen we de treinkaartjes Dover-London.

Op donderdag zeilen we van Nieuwpoort naar Duinkerke. Zuidenwind, dat gaat goed. Het is niet koud, het is droog, we hebben er zin in.

Maar als we op vrijdagochtend Duinkerke buitenvaren gaat de zee wel erg ruig tekeer. De wind keert zich tegen ons, trekt aan, koppig doorklieven we de nukkige zee. Witte schuimvlokken waaien horizontaal van de puntige golven af.

Een boot van de Franse douane komt naast ons varen en roept op. Een paar routine vragen. Maar dan, bezorgd, “Hebben jullie het wéérbericht wel gehoord?” En “Wees toch maar voorzichtig!”… Het wordt stil aan boord. Nu zit de stroom nog mee, maar straks kijken we aan tegen enkele uren tegenstroom. Het gaat wel een heel erg lange tocht worden. En als het hier al zo heftig is, hoe zal het dieper in zee zijn? En voor de muur van Dover, waar het zo kan spoken?…

Bij de volgende windstoot maken we rechtsomkeer. Met de wind nu ruim van achter varen we op slag een stuk comfortabeler. Zo veel comfortabeler, dat ons even het gevoel bekruipt dat we ons bang hebben laten maken. Maar net niet voor top en takel -nauwelijks een puntje grootzeil en amper een hoekje stagzeil- lopen we vlotjes 7 knopen en zien in dat aan de wind varen geen optie is, laat staan opkruisen.

Voor het weekendje-weg-gevoel varen we door naar Oostende, kunnen we daar op zaterdag nog iets leuks doen en zondag de luttele 9 mijl naar Nieuwpoort terugvaren.

En kijk, het mag dan Londen niet zijn, maar Oostende heeft wel iets te bieden. Precies vandaag gaat er een bijzondere tentoonstelling van start, ‘Het Vlot. Kunst is (niet) eenzaam.’‘ Thema Het Vlot, als voertuig, reddingsmiddel, plek van isolatie, reflectie, twijfel, inzicht, symbool ook van de (zoek)tocht van de kunstenaar… We lachen om het toeval dat wij uitgerekend hiér aanspoelden… Meer symboliek kan niet, beelden van mensen onderweg, varend, overspoeld, drijvend, toch telkens weer overeind krabbelend, houvast zoekend op een vlot. De kunstwerken, video’s en installaties zijn op uiteenlopende locaties in de stad te zien, een aanrader.

En dan is daar zondag, en gaan we even dat eindje terug varen naar Nieuwpoort. Hadden we gedacht… Moeizaam stampen we de havengeul uit, de zee kolkt, de hemel buldert herfst. Geen zeilboot in de verste verte te bespeuren. Het wordt weer stil aan boord. We hebben nog maar anderhalf uur stroom mee, straks wordt dat tegenstroom. Springtij bovendien. We hebben weinig zeil gezet en kunnen niet echt hoog aan de wind in dit weer. Bij het eerste overstag manoeuvre zien we in dat dit niks wordt en maken rechtsomkeer.

We meren braafjes af op dezelfde plaats van waar we vertrokken en nemen braafjes de tram terug naar Nieuwpoort… Onze boot, die varen we later wel terug.

Soms vlot het niet zoals gehoopt…

Hink stap sprong naar huis

Hink… Dartmouth – Boulogne – 230 mijl in 34 uur, gemiddeld bijna 6,8 knopen!

27 juli 2017. Het prachtige weer van gisteren lijkt een verre onwezenlijke droom. Vandaag is het grijs hier in Dartmouth, de toppen van de hellingen zijn gehuld in pluizige mist, de geveltjes moeten keihard hun best doen om er kleurig uit te blijven zien. Wat een verschil…

Maar niet getreurd, op zee staat een perfecte wind, zuidwest 6 beaufort. Geholpen door flink wat stroom mee, sjezen we oostwaarts. Huiswaarts. We spelen even met het idee om nog een ommetje te maken langs Guernsey maar laten het even snel weer varen. Vreemd dat er op een reis toch altijd zo’n moment komt dat je in een ‘we-zijn-weer-bijna-thuis’ stemming komt. Dat er dan niet veel meer hoeft dan gewoon naar huis varen. En zo besluiten we in één keer door te gaan tot Boulogne. En al vinden we het een beetje zonde om de snelheid uit ons schip te halen, toch minderen we bij zonsondergang wat zeil om op het gemak de nacht door te zeilen…

De wind blijft constant, na 24 uur zeilen hebben we 160 mijl afgelegd, voor ons een beetje kicken toch. Nog eens 10 uur later lopen we Boulogne aan en dat is best spannend. Stevige wind op zee, dat is gewoon stevige wind op zee. Maar stevige wind om een haven aan te lopen, dat blijft altijd een beetje stressen.

Stap… Boulogne – Duinkerke – 44 mijl in 5 uur 25 minuten

28 juli 2017. Er is opnieuw 6 bft voorspeld. Dat is niet min, maar het is nog altijd wind uit het zuidwesten en dat maakt het doenbaar. Het uitvaren is al even spannend als het aanlopen gisteren, de zee beukt met wit geweld op de muur van Boulogne.

Maar eens we wat afstand nemen van de kust, valt het best mee. Wind en stroom spoelen ons rond Cap Gris Nez, er zijn nogal wat jiha-momentjes! In een record tijd zeilen we naar Duinkerke.

Sprong… Duinkerke – Nieuwpoort – de laatste 17 mijl…

29 juli 2017. En zo zijn we weer thuis, drie weken zeilvakantie zitten er op. En voor wie er wat aan heeft, als afsluiter nog een overzicht van alle tochten en tochtjes van een fijne zeilreis…

 

 

 

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

The Anchorstone, Dittisham

Dinsdag 25 juli 2017, Dart Marina, Dartmouth

‘Beste meneer op de veerpont tussen Dartmouth en Kingswear. Ik ken u niet en u kent mij niet. De kans dat u deze blog leest is nihil. En dat is allemaal jammer, want ik zou u erg graag willen bedanken voor de leuke babbel en uw fantastische tip! Dankzij u had ik vandaag zowat de leukste lunch ooit.’

Dag 1 in Dartmouth

We zijn hier aangekomen na een zeiltocht van 24 uur, St-Mary’s – Dartmouth, zo’n 120 mijl. We fietsen tot Dartmouth Castle. Nu ja, fietsen. Elke vijf minuten stoppen we omdat we onze ogen niet kunnen afhouden van de rivier.

Op de Dart varen ferry’s af en aan, boten en bootjes laveren er tussen, een heuse raderboot neemt toeristen mee. In de late namiddag nemen we het veerpontje van Bayards Cove naar Kingswear. Heel apart. Een stevige boot duwt en trekt de pont naar de overkant.

Veel is er in Kingswear niet te zien, behalve dan het zicht op de rivier van aan de andere kant. En de geveltjes in snoepkleuren, van dichtbij. En de rook van de stoomtrein die van daaruit vertrekt, langs de rivier.

Op de terugtocht met de veerpont ontmoeten we een man met een boormachine in de hand. Hij grapt dat hij nog even moet gaan klussen op zijn bootje -hij wijst naar het superjacht de Lady Christina dat op de rivier ligt te pronken.

‘Altijd wel wat te doen op zo’n boot,’ knipoogt hij. ‘Op onze boot ook’, lachen we terug. We raken aan de praat. En dan vraagt hij wat we wel vinden van het Engelse eten? Ik grap dat we meestal zelf koken aan boord. En dan zegt hij dat er toch iets is dat ze hier niét verprutsen, namelijk hun overheerlijke seafood. En daarvoor moet je in Dittisham zijn, in het Anchorstone Café, een eind stroomopwaarts op de Dart. Ze doen enkel lunch…

Dag 2 in Dartmouth

Vanmorgen zijn we om diesel geweest. Witte diesel. Te voet dus, geladen met jerrycans. Al was de havenmeester zo lief om ons terug te brengen met de auto, de dag is ruim over de helft als we terug aan boord zijn.

Zouden we het nog halen om in Dittisham te gaan lunchen? Dat blijkt makkelijker gedacht dan gedaan. Enkel de twee kleine bootjes van Dittisham Ferries varen het traject. En helaas,  daar hadden we voor moeten reserveren. Ook bellen naar de Anchorstone is niet bemoedigend, een antwoordapparaat maakt duidelijk dat ze het te druk hebben om tijdens lunchtijd de telefoon op te nemen. Beneden aan het grote ponton dobbert de Sandpiper. Kijk, de schipper is aan boord, kom, we gaan een praatje slaan…

En ja hoor, we kunnen toch nog mee op de boot van 14:00, iemand belde af. Komt normaal om 16:00 terug, maar -knipoog- als we echt willen mogen we ook nog om 17:00 terugkeren met de Carlina. Een handgeschreven ticketje is ons vervoersbewijs. Het knuffelgehalte van de schipper is net zo ontroerend als zijn boot, het tochtje op de rivier zalig.

En Dittisham? Dat is alles wat de leuke meneer van op de veerpont beschreven had. Het gezellige eetcafé aan de ene kant, de FBI aan de andere kant. FBI? Gewoon, Ferry Boat Inn.. Het mooie weer maakt het alleen nog mooier. En dat we de laatsten zijn die mogen komen lunchen in het Anchorstone Café geeft ons het gevoel de lotto gewonnen te hebben. En zo word ik met een paar dagen vertraging met een subliem verjaardagsetentje verwend… Gegratineerde oesters, krab, een koel wijntje en een uitzicht om in te lijsten!

Als kers op de taart blijken we voor de terugtocht de enige passagiers te zijn op de Carlina

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Daar is ze dan, de zon!

23 juli 2017

Sommige dingen lijken zo vanzelfsprekend. Daglicht bijvoorbeeld.

Kijk, deze dag begon grijs. De wind was ook niet je dat. Zwak en veranderlijk. Maar gaandeweg klaart het op, de wind trekt aan. En nu zeilen we rustig, mijl na mijl, de Isles of Scilly liggen al ver achter ons.

De grijze ochtend is vergeten, alsof ze er nooit is geweest. Als je naar het oosten zeilt zijn de late namiddagen heerlijk, de lage zon in de kuip, warm en licht. En plots vind je dit vanzelfsprekend. De zon, de zee, vijf knopen… Alsof het altijd zo was en altijd zo zal blijven.

Maar uur na uur schuift de zon op. We hopen op een mooie zonsondergang, maar een lange wolkenlijn lijkt de pret te gaan bederven.

Alhoewel… Eerst zakt de zon zacht in de donzige wolken en verdwijnt.. om iets later onder de wolkenstrook weer tevoorschijn te komen. We staren er naar als was het een wereldwonder. Kijk toch naar dat gouden randje!

Als ze helemaal achter de horizon verdwenen is, trekt een kilte over de zee. Het laatste licht verdwijnt. De nacht valt koel.

 

IMG_9492

We houden afwisselend wacht. De nacht is aardedonker nu, het is nieuwe maan.

De zonnige namiddag is vergeten, alsof ze er nooit is geweest. Als je met nieuwe maan een nacht doorzeilt, zijn de uren lang, fris en o zo donker. En lijkt het alsof er geen eind aan gaat komen. Alsof het altijd zo was en altijd zo zal blijven.

Maar uur na uur lost ook die duisternis op en heel voorzichtig keert de dag terug, het licht is er lang voor de zon er is.

Ik hoop op een mooie zonsopgang, maar nevelige slierten lijken de pret te gaan bederven.

Alhoewel… Dapper wurmt de zon zich van achter de kaap van Start Point. Ik staar er naar als was het een wereldwonder. Kijk toch naar die kleuren!

Here comes the sun!

Kijk, deze nacht was lang. Maar gaandeweg wordt het lichter, en beetje bij beetje warmer. En we zeilen rustig, mijl na mijl, Dartmouth ligt nog maar een 20-tal mijl voor ons…

BewarenBewaren

Waarom zeil je naar een eiland als Tresco?

Die Isles of Scilly, is dat een leuke vakantiebestemming? Is er een pretpark met een wildwaterbaan, een subtropisch zwemparadijs? Zijn er gastronomische restaurants? Shows, bezienswaardigheden, kunst? Kortom, valt er wat te beleven?

Wat mij betreft, ik had er meermaals per dag stof voor een blogpost… Al kan dat ook aan mij liggen. Mijn schipper toomt mij in. ‘Daar ga je de mensen toch niet mee vervelen, kan je het niet gewoon een beetje samenvatten?’ Ok dus. Samenvatten.

Een wildwaterbaan? Onze zeiltocht ‘buitenom’ van St. Mary’s naar Tresco misschien… ‘Binnendoor’ vonden wij er wegens ondieptes griezelig uitzien op de kaart. Maar als we tegen de westenwind opkruisen tussen St. Agnes en Samson schrikken we van de donkerblauwe oceaandeining. Nu wordt duidelijk dat men hier ontzag heeft voor windkracht vier, meer is er niet nodig om het oceaanwater in een hoge swell steil tussen de eilanden op te stuwen. Binnenvaren in het Bryher Channel is al even spectaculair, het water breekt bulderend op Shipman Head. Elke ‘splash’ verbleekt bij het binnenvaren tussen Hangman Island en Cromwell’s Castle. Dus ja, er is een wildwaterbaan. Een echte.

Een pretpark? Op een manier doet het eiland Tresco me denken aan Jurassic Park… De weelderige plantengroei op het zuidelijk deel van het eiland, palmbomen, vreemde varens… De golfkarretjes-achtige elektrische wagentjes die hier rondrijden, ik verwacht een mini-dinosaurusje achter elke struik.

Helemaal subtropisch wordt het in Abbey Gardens, een schitterende botanische tuin. Waar we, -verliezen we hier ons tijdsbesef?- zo laat aankomen dat we twee entreekaartjes krijgen voor de prijs van een. Rennen door Jurassic Park dus.

Een restaurant? Het heerlijke Ruin Beach Cafe ligt aan een azuurblauwe baai en al kunnen we er op de zomerse dag van mijn verjaardag niet terecht wegens volboekt, we scoren een tafeltje voor de volgende dag.

Of het er gastronomisch is komen we helaas niet te weten omdat in één nacht niet alleen het weer omslaat maar ook onze bijboot. Buitenboordmotor hangt er nog aan, weliswaar ondersteboven, het schroefje wijst hulpeloos naar de donkere lucht erboven. Zo hangen we een hele dag gegijzeld aan onze mooring, in dit weer is naar de kant roeien geen optie. Onze reservatie, mijn verjaardagsdineetje, bellen we af, het wordt gastronomie uit ons kombuis.

Gebeuren er wel meer spannende dingen?

In het slechte weer lijkt er iets aan de hand met een helblauw Frans jacht dat iets verderop voor anker ligt. Een man haast zich het voordek op, doet iets bij het anker, rept zich opnieuw naar achter. En dan zien we het. De boot ligt niet stil, het anker krabt. Hij is alleen aan boord en kan onmogelijk én zijn anker lichten én zijn boot besturen in dit weer…

Op een andere Franse boot springen drie mannen in hun bijboot en varen in de loeiharde wind naar de boot in nood. Ze klauteren er vliegensvlug aan boord, iemand neemt het roer, de anderen bekommeren zich samen met de schipper om het anker. Dat komt moeizaam omhoog, een dik pak wier eromheen. Met vereende krachten wordt het gelicht en de boot vertrekt, twee bijbootjes meeslepend. Ze varen tot bij een vrije afmeerboei en de drie heldhaftige zeilers, de kappen van hun zeiljassen diep over het hoofd getrokken, tuffen het hele eind terug naar hun eigen zeilboot. Knap staaltje zeemanschap. Zelf zijn ze niet zo onder de indruk van het snertweer, één van hen gaat in de gietende regen op het achterplecht staan vissen…

En dan is er nog -na het stormweer- de avondlijke training van een gig, een bijzondere roeiboot met een boeiende geschiedenis, de leuke fund raising van het plaatselijke schooltje -met de opbrengst van de verkoop van knutseltjes gemaakt van schelpen willen ze dingen voor de school kopen-, de oystercatcher met haar pluizige jongen, er zijn de zonsopgangen en zonsondergangen, de luchten al even veranderlijk als de barometer, de talloze kunstgalerijtjes…

Voor al die dingen zou je naar de Isles of Scilly kunnen gaan…

Feestelijk foutje…

21 juli 2017

New Grimsby Sound, tussen het eiland Tresco en Bryher

Bij het woord feestelijk denk ik niet spontaan aan ballonnen of taart. Eerder aan een kleurig bevlagde boot… To dress a ship heet dat in het Engels. Je schip aankleden, uitdossen, heel elegant. Het Nederlands heeft er dan weer een Frans woord voor, pavoiseren. Vandaag ben ik jarig en krijgt onze Pat Panick haar grand pavois, feestjurk voor een schip…

Jaren geleden bestelde ik zo’n seinvlaggenset als verjaardagscadeau voor Las. Het geheel kwam als een rode lap met zakjes er op gestikt, elk met een keurig gevouwen vlaggetje erin. 26 letters van het alfabet, 10 cijferwimpels, 3 vervangingswimpels. Nee, dat ging ik niet zomaar als geschenk verpakken, ik zou ze ophangen en mijn schipper er mee verrassen. Gemakkelijker gezegd dan gedaan. Ik zie me nog zitten met het pak opgeplooide vlaggen en metershoog boven mijn hoofd de mast. Vlag per vlag peuterde ik de houtjes-touwtjes in elkaar tot een lang sliert. A, B, C, … Vooraan zou ik de spinnakerval gebruiken om het geheel omhoog te hijsen, achteraan de grootzeilval. Gemakkelijk was anders, hoe langer de slinger met vlaggen werd, hoe meer de wind er mee aan de haal ging. Fier als een gieter was ik toen het uiteindelijk lukte. Wat ik niet opgemerkt had, was onze overbuur Philippe die mij van op zijn boot geamuseerd gadesloeg. Weken later maakte hij me er fijntjes op attent dat het er allemaal wel feestelijk had uitgezien maar dat ik het niet echt volgens de regels van de kunst had gedaan. Hoezo, niet volgens de regels van de kunst? Blijkbaar mogen de seinvlaggen helemaal niet alfabetisch worden gehangen, maar wel volgens een afgesproken volgorde, waar hard over nagedacht is. Vlaggen wisselen af met wimpels, kleuren zijn zo gerangschikt dat ze voor een evenwichtig geheel zorgen en de letters waar ze voor staan mogen geen ongepaste of beledigende boodschap vormen.

Dit zou me geen twee keer overkomen. Al snel vond ik de code op het internet. A-B-2-U-J-1-K-E-3-G-H-6-I-V-5-F-L-4-D-M-7-P-O-3rd Sub-R-N-1stSub-S-T-zero-C-X-9-W-Q-8-Z-Y-2nd Sub, zó en niet anders. Ik knoopte onze vlaggen volgens het boekje, rolde de vlaggenslierten in elkaar en borg ze op tot het volgende feestmoment. Slim, dacht ik.

Maar perfectie is niet van deze wereld want als ik vandaag op mijn verjaardag de twee opgerolde slingers uit elkaar schud weet ik ineens niet meer wat voor en wat achter is, noch wat boven of onder moet. Ik google het nog maar eens maar kan tot mijn verbazing geen touw vastknopen aan wat ik aantref op het internet. Hoe ik mijn vlaggen ook houd, niets houdt steek. E-Q-3-G-8-Z-4-W-6-P-one-I-Code-T-Y-B-X-1st sub-H-3rd sub-D-F-2nd sub-U-A-O-M-R-2-J-zero-N-9-K-7-V-5-L-C-S, hoezo?

Iets dieper graven op het internet brengt raad. Er blijkt zowel een Amerikaanse als een Britse versie te bestaan! En helaas, onze vlaggen blijken volgens de Amerikaanse etiquette geknoopt… Het is intussen zo’n mooi weer geworden dat de etiquette ons kan gestolen worden, we hijsen Pat Panick snel in haar Amerikaans feestjurkje en gaan op stap. Van op de wal ziet het er prachtig uit.

_MG_7037

Prachtig ook wordt onze wandeling op het noordelijke stuk van het eiland Tresco…

 

BewarenBewaren

Sterrenstof en schattenjagers

49° 54.588′ N – 6° 18.934′ W

Dat is onze positie in Porthcressa Bay, St Mary’s. Het eerste stukje is de breedtegraad, het tweede de lengtegraad. In tijden van gps, plotter en navigatie op Ipads, staan we er niet meer bij stil. Maar ruim driehonderd jaar geleden was de positie van een schip bepalen een heel ander verhaal. Bij gebrek aan klokken die op een schip naar behoren konden functioneren was het niet mogelijk om de lengtegraad accuraat te berekenen. En zo kwam het dat vier schepen op 22 oktober 1707 vergingen op de rotsen van de Scilly’s. Meer dan 1500 zeelui kwamen om, The Scilly Naval Disaster werd een van de zwaarste rampen van de Britse Navy. Eén schip werd tot op de dag van vandaag niet teruggevonden. De HMS Romney

Porthcressa Bay 19 juli 2017

Als we van Newlyn komend, de Scilly’s aanlopen, staat er een stevig zuidoost. Voor de volgende dag is er noordwest op komst. Porthcressa ligt open naar oosten, maar is bij noordwest goed beschut. We twijfelen. We bellen. Negatief advies voor vannacht… Dat wordt doorvaren naar Hugh Town, dat net andersom georiënteerd ligt. Daar komt de havenmeester ons verontschuldigend tegemoet gevaren. “We are full, I am so very sorry!” We varen op ons kielzog terug naar Porthcressa.

Onbeschut of niet, we moeten ergens naar toe. Het wordt een woelige nacht.

Vijf jaar geleden waren we hier ook en hadden toen pech en dubbele pech. ’s Nachts was ons anker gaan krabben, en bij het her-ankeren brak de gaskabel.. Dat werd een Pan-Pan. De RNLI bevrijdde ons uit onze benarde situatie en een charmant stel dat de Porthcressa Moorings beheert, loste onze technische problemen feilloos op. Charlie, een Londense advocate, en Pete, een duiker, geboren en getogen op St-Mary’s. Ze werden verliefd, zij liet London voor wat het was en nu runnen ze een boot die duikklussen uitvoert, beheren de moorings in Porthcressa en verzorgen taxidiensten. Met hun twee kinderen wonen ze in een blauwgeverfd huisje bij het strand. Storm Cottage…

En kijk! ‘s Anderendaags hangt Charlie -stevige zeiljas, korte broek en laarzen- met haar bijboot aan onze reling. Brede glimlach. “Five years already?” Ze kan het niet geloven. Ze geeft ons leuke tips, een weerbericht en we maken een afspraak om later op de dag een biertje te gaan drinken in de Bishop & Wolf, een pub vlakbij.

De zon breekt door, alles krijgt een witte schittering, wat is het licht hier bijzonder.

We zeulen de fietsjes in de bijboot en over het strand. In een namiddag fietsen we op het gemak het hele eiland rond.

Maar na de middag dooft een melkachtige mist het heldere licht. Of toch niet helemaal. Aan boord merk ik dat de restjes zand die uit onze sandalen en van onze fietsjes vallen, glinsteren en fonkelen. Spierwit weerkaatsen ze het minste lichtstraaltje. Ik veeg het zand op maar minuscule glittertjes blijven pinkelen. Sterrenstof, denk ik glimlachend.

’s Avonds gaan we het biertje drinken met Charlie. Pete, haar man, is er niet. Het is zijn vrije dag, verontschuldigt ze hem. Dan trekt hij er graag op uit met zijn boot. Niet zomaar. Ze gaat iets stiller praten nu. Nee, hij is… op zoek. Met een metaaldetector.. Ze kijkt om zich heen en fluistert. Naar het wrak van de HMS Romney. En ja, zeker, hij is pretty sure waar hij haar kan vinden… Ze haalt haar schouders op en rolt met haar ogen.

Sterrenstof en schattenjagers, de Isles of Scilly hebben iets van een sprookje

(uit de cd ‘Ships Ahoy! – Songs of Wind, Water and Tide’ – Quadriga Consort/Nikolaus Newerkla)

 

 

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Eén dag oostenwind, het is nu of niet!

‘Red sky at night, sailor’s delight. Red sky in morning, sailor’s warning.’ Door mijn jongste zus ooit losjes vertaald als ‘Rood in de nacht is een zeiler die lacht. Rood in de morgen is een zeiler met zorgen.’

Maandag 17 juli 2017

Hier in Newlyn laat de ondergaande zon een vlammende hemel achter. Newlyn. Half zeilend half tuffend zijn we vandaag de 35 mijl van Falmouth rond Lizard Point naar hier gevaren. In alles wat we aan boekjes en gidsen aan boord hebben lees ik dat zeilers in deze haven niet erg welkom zijn. Hier zwaaien vissers de plak. Maar behalve een nogal norse havenmeester valt het best mee.

En dan het weerbericht. Voor het eerst deze vakantie is er oostenwind voorspeld. Voor morgen. Alleen voor morgen. Het wordt dus kiezen. Blijven we hier en nemen we tijd om Newlyn, Penzance, St-Michael’s Mount te gaan bezoeken of glippen we dat weervenster door naar de Scilly eilanden? Het nu-of-niet-gevoel haalt het, we besluiten om morgenvroeg de oversteek te maken, wind in de poep.

Maar omdat het zonde is om te vertrekken zonder maar iets gezien te hebben van dit vissersdorp maken we aan het eind van de dag nog een flinke wandeling.

In een paar straten zijn we het dorp uitgelopen, een lange dijk strekt zich uitnodigend uit langs de baai. We stappen en blijven stappen.

De avondlucht is zoet, het zachte strijklicht van een ondefinieerbaar blauw. In de 19de eeuw was dit een kunstenaarsnest, bekend geworden als The Newlyn School. Schilders kwamen dit fijne inspirerende licht opzoeken. Als ik uitkijk over de baai begrijp ik waarom.

Langs het strand ligt een zwembad met zeewater, The Jubilee Pool. Gebouwd in de jaren dertig van vorige eeuw, helemaal gerenoveerd in de jaren negentig en bijna verwoest op Valentijnsdag 2014 toen een zware storm de kust aan flarden reet. Twee jaar duurde het om het art deco zwembad in zijn volle glorie te herstellen. Nu ligt het er vredig bij in het stille licht, een pareltje!

Dinsdag 18 juli 2017

Afkruisend voor de wind stuiven we over een donkerblauw deinende zee naar the Isles of Scilly.

Nog dit. Noem de eilandengroep liever niet the Scilly Islands. Dat vinden ze daar op die afgelegen plek niet fijn. Silly, zo veel als ‘dwaas’, weet je wel… Ze zijn al buitenbeentjes genoeg, die eilandbewoners…

Laat ons zeggen dat ik iets met Falmouth heb…

Vrijdag 14 juli 2017

Salcombe – Falmouth

72 mijl, net niet bezeild…

36 jaar geleden, in 1981 dus, zeilden mijn vader, zeilvriend Herman, mijn zus Sandra en ik van Terneuzen naar Falmouth. Eén tussenstop, Newhaven. De boot, een Spirit 28, onze Klabetter. Geen VHF, geen GPS, geen AIS. Dat bijna verste puntje van Engeland, het leek wel het einde van de wereld. Helden voelden we ons. Ik herinner me nog hoe wankel we op onze benen stonden na vele mijlen stevig zeilen, scherp aan de wind. Dat landziekte echt bestond, leerde ik toen.

En in Falmouth, in een curieus antiekwinkeltje, kocht mijn vader een kristallen karaf. Een cadeau voor mijn moeder die ons enkele weken later in het zuiden van Spanje zou opwachten. Toen we uitlegden dat dit fragiele geschenk nog de Golf van Biskaje over moest én Gibraltar voorbij, op een kleine zeilboot, knikte de man van de winkel vol begrip en pakte de karaf zonder verpinken en met de grootste zorg in. Hier kijken ze niet op van een zeiltocht meer of minder. Hier in Falmouth worden ze geboren met een boot in hun buik. Iedereen vaart, jong en oud. Met grote boten en kleintjes, nieuwe of hele oude. Ze zeilen, roeien, varen op motor. Het water hun speeltuin.

Vandaag, bij aankomst, besef ik meteen hoe niet objectief mijn beeld van Falmouth is. De grote kade met kranen was ik helemaal vergeten, die paste wellicht niet in mijn geromantiseerde herinnering. Voor mij was Falmouth een grote baai, met honderden boten dobberend aan boeien, waar Cornish Crabbers verrassend snel tussendoor zeilen. Met donkergroene dik beboste hellingen aan weerszijden van de schier eindeloze rivier. Met statige huizen die uitkijken over dit bevallig vaarwater. Alles klopt, maar er is wél nog de kade met kranen…

Zaterdag 15 juli 2017

Na een nacht aan een boei, verkassen we naar de Mylor Yacht Harbour, een gezellige marina ‘net om de hoek’ in Carrick Roads, de monding van de River Fal. We fietsen voor wat boodschappen naar het dichtstbijzijnde dorpje, Mylor Bridge. Een winkel, een beenhouwer en een pub, The Lemon Arms. Hartige pubfood, vasttapijt waarvan de kleuren wedijveren met die van de bloemen op tafel, de bloemen in de bloembakken, de bloemen overal. Muziek van Lionel Richie… Zou die niet bijna dateren van toen we met onze Klabetter naar Falmouth zeilden?

Zondag 16 juli 2017

Laat ons nog een dagje blijven. De wolken hangen zwaar over Cornwall maar dat vinden we niet erg en we trekken met de fietsjes naar Falmouth. Onze tocht gaat tussen bomen, langs modderige kreken, rommelige scheepswerfjes. Onderweg stoppen we voor een aperitiefje bij de Royal Cornwall Yacht Club, ’s middags lunchen we in Falmouth en terugkeren doen we via een dorp dat ooit Nankersey heette. Tot Nederlandse ingenieurs hier in de 17de eeuw kwamen werken en het gewoon Vlissingen noemden, zoals thuis. Nu dus Flushing…

Vlakbij de marina ligt de mooie St Mylor Church, midden in het groen, scheefgezakte grafzerken uit lang vervlogen tijden kris kras er om heen.

Een forse gedenksteen met de naam HMS Ganges en een afbeelding van een olifant wekken mijn nieuwsgierigheid. Een verbleekt plakkaat verduidelijkt dat de HMS Ganges van 1866 tot 1899 in Falmouth lag, meer bepaald op de plaats waar nu de Mylor Yacht Harbour ligt. De driemaster, in 1821 gebouwd in Bombay (de olifant!), was een opleidingsschip voor jongens tussen 15 en 17. Later verhuisde het schoolschip naar Shotley, waar niet meer opgeleid werd aan boord maar in een echt schoolgebouw. 110 jaar -de opleiding bleef bestaan tot 1976- en 150.000 rekruten hebben van Ganges een begrip gemaakt in de UK. Maar aan het eind van de 19de eeuw was het leven aan boord ongemeen hard. En helaas werd het een aantal onder hen fataal. Ziektes als mazelen, roodvonk en griep maar ook ongelukken eisten 53 levens in de 33 jaar dat de HMS Ganges in Mylor lag. Voor die jongens staat dit gedenkteken hier. En is er nog niet zo heel lang geleden een krans neergelegd… Ik vraag me af door wie. In de steen staan hun namen gebeiteld. En hun leeftijden. Op de maand nauwkeurig uitgespeld.15 jaar en 8 maand, 16 jaar en 6 maand, 17 jaar en 9 maand…

Onwillekeurig denk ik terug aan de zeiltocht uit mijn jeugd naar Falmouth, ik was toen 17 jaar en 11 maand…

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren